In het water leven meer dan 1000 soorten planten en dieren. Rond glastuinbouw neemt het teveel aan voedingstoffen (stikstof en fosfaat) in het water verder
af. Wel werden in 2024 vaker teveel schadelijke stoffen gemeten dan toegestaan. En in de Krimpenerwaard groeien nauwelijks nog onderwaterplanten. Dit blijkt uit de waterkwaliteitsrapportage 2024 van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Uit de
rapportage
waterkwaliteit 2024 komt naar voren dat de kwaliteit van veel wateren in Schieland en de Krimpenerwaard redelijk is en verbetert. Nog
niet overal is de toestand van het water goed genoeg. Dat komt bijvoorbeeld doordat voedingstoffen en niet-natuurlijke stoffen zoals bestrijdingsmiddelen en PFAS terechtkomen in het water. Ook planten en dieren die hier
van nature niet voorkomen, zoals
Amerikaanse
rivierkreeften, zetten de waterkwaliteit onder druk.
Meten is weten
Met verschillende
meetnetten
houdt het waterschap voortdurend de kwaliteit van water in sloten, singels en plassen in de gaten. Voor de waterkwaliteit onderzoekt het waterschap wat er in en langs
water leeft (biologie) en de
samenstelling van het water (chemisch). In Schieland en de Krimpenerwaard heeft het waterschap ruim 1800 monsters genomen en meer dan 66.000 metingen gedaan van bijna 400 verschillende stoffen en kenmerken van het water.
Waterkwaliteit heeft te maken met de planten en dieren die in het water leven. Het waterschap heeft bij de waterkwaliteitsmetingen bijna 1200 verschillende
soorten
waargenomen. Water is van grote waarde als leefgebied voor dieren en planten en levert een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Goede waterkwaliteit valt vaak te herkennen aan helder water en onderwaterplanten.
Waterplanten
Waterplanten hebben een sleutelrol in het onderwaterleven (ecosysteem). Zij zorgen voor de productie van zuurstof en vormen het voedsel
en leefgebied voor vissen en andere waterdieren. In de Krimpenerwaard is het aantal locaties met onderwaterplanten sterk afgenomen, vooral
in de laatste zeven jaar. In dit gebied zijn vrijwel geen plekken meer waar onder water nog planten groeien. Dit is een probleem voor het halen van de
ecologische doelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Het is aannemelijk dat afname van onderwaterplanten komt door de toename van Amerikaanse rivierkreeften.
Stoffen in het water
Waterkwaliteit heeft ook te maken met de chemische stoffen in het water. Sommige daarvan komen van nature voor in het water en andere juist niet. Een goede
waterkwaliteit betekent zo min mogelijk onnatuurlijke stoffen in het water. Ook moet de hoeveelheid natuurlijke stoffen passen bij de aard van het gebied.
Fosfaat
en stikstof
zijn voedingsstoffen die planten en algen nodig hebben om te groeien. Door veel fosfaat en stikstof in het water kunnen algen
en kroos snel groeien; dat zijn soorten die voor overlast kunnen zorgen. In gebieden die worden gebruikt voor landbouw is de meeste fosfaat en stikstof aanwezig. Positief is, dat in veel gebieden de hoeveelheid fosfaat in het water nog steeds afneemt. Voor
het eerst sinds lange tijd is de hoeveelheid fosfaat in water in het glastuinbouwgebied niet meer het hoogste. De inspanningen met de glastuinbouwsector om emissies te verminderen, lijken voor fosfaat succesvol te zijn. Wel blijven gezamenlijke inspanningen
nodig; de toestand van het water is nog niet goed.
Bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen
(stoffen om landbouwgewassen te beschermen tegen schade en ziektes) komen vaak ook terecht in het water. Omdat deze giftige stoffen bedoeld
zijn om bepaalde schimmels, insecten of planten te doden, zijn de stoffen zeer schadelijk voor het onderwaterleven. Vooral omdat vaak meerdere schadelijke stoffen tegelijk in het water komen.
Uit onderzoek blijkt, dat in water in glastuinbouwgebieden de meeste bestrijdingsmiddelen voorkomen. Op de meeste van de onderzochte locaties in Schieland
en de Krimpenerwaard werd in 2024 de norm overschreden. Wel neemt over het algemeen de schade door de giftigheid van de bestrijdingsmiddelen af, blijkt uit de metingen.
Vooral locaties waar de giftigheid zeer hoog is, komen steeds minder voor. Het percentage
normoverschrijdingen
neemt over het algemeen af.
Gezamenlijke inspanningen blijven nodig; de toestand van het water is nog niet goed.