Wethouder Marijke van der Meer van
gemeente Zoetermeer heeft de rekening Jeugdzorg, gericht aan Staatssecretaris
Karremans, op de post gedaan. Op 11 november jl. nam de gemeenteraad van
Zoetermeer een motie aan waarin het college gevraagd werd de rekening voor de stijgende
kosten voor jeugdhulp in Zoetermeer te sturen aan het kabinet. Naar aanleiding
van het rapport ‘Groeipijn’ van de Deskundigencommissie vraagt gemeente
Zoetermeer om € 9,7 mln. compensatie over de jaren 2023 en 2024. Het
daadwerkelijke budgettekort in Zoetermeer ligt nog veel hoger.
Wethouder Van
der Meer vindt verdere actie vanuit het rijk cruciaal. In haar brief aan
de staatssecretaris schrijft ze dat de stijgende kosten gemeenten dwingen tot
pijnlijke keuzes ten koste van essentiële taken voor inwoners. ‘Als er geen
kloppende financiering vanuit het Rijk naar de gemeenten komt, dan hebben we
als gemeente geen andere keuze dan ingrijpend te bezuinigen op voorzieningen
die voor alle kinderen belangrijk zijn, zoals bibliotheken, stadsboerderijen,
sportmogelijkheden en speeltuinen.’
Ronduit
pijnlijk
In februari jl. presenteerde de Deskundigencommissie Van Ark, het rapport
‘Groeipijn’ aan de staatssecretaris. Daarin wordt gesproken over de beperkte
scope van de aanpak, gebrek aan doorzettingsmacht in de jeugdketen en weinig
realisme ten aanzien van besparingen en het tijdpad. Zoetermeer omarmt het
rapport, maar vindt het ‘ronduit pijnlijk’ dat niet is geadviseerd de volledige
tekorten over 2023 en 2024 door het Rijk te laten compenseren, maar slechts de
helft ervan.
Wethouder Van der Meer roept de
staatssecretaris op de Hervormingsagenda Jeugd aan te scherpen en de
financiering van Jeugdzorg aan gemeenten aan te passen. ‘Juist in het belang
van kwetsbare kinderen en gezinnen, omarmen wij het rapport en roepen wij de staatssecretaris
met klem op dit ook te doen, maar ook de tekorten over de jaren 2023 en 2024 te
compenseren.’