Op vrijdag 31 januari 2024 ondertekenden Maarten Bijl,
regiodirecteur Zuid-Holland (Stedin) en wethouder Bouke Velzen (gemeente
Zoetermeer) de samenwerkingsovereenkomst voor het uitbreiden van transformatorhuisjes
in Zoetermeer.
Stedin en gemeente Zoetermeer gaan intensief samenwerken om het
elektriciteitsnet uit te breiden vanwege de toenemende stroomvraag. Deze groei
zal de komende jaren aanhouden, vooral door elektrisch laden, warmtepompen en
gasloos koken. Stedin investeert daarom onder andere in nieuwe
transformatorhuisjes. De gemeente en Stedin spreken af samen naar geschikte
locaties te zoeken voor deze huisjes, waarbij rekening wordt gehouden met de
impact op het elektriciteitsnet en minimale overlast voor inwoners.
Investeren in het elektriciteitsnet
In Zoetermeer staan momenteel zo’n 634 transformatorhuisjes;
daar moeten de komende jaren ongeveer 112 bij in de bebouwde omgeving.
Transformatorhuisjes zorgen ervoor dat elektriciteit in de wijk naar de huizen
toe vervoerd kan worden. Ongeveer één op de drie straten gaat open voor de aan
te leggen elektriciteitskabels. Een enorme operatie waar iedereen iets van gaat
merken. Dankzij deze investeringen in het elektriciteitsnet kunnen huishoudens
en bedrijven hun huizen en panden (blijven) verwarmen met een warmtepomp, hun
elektrische auto’s opladen, gasloos koken en hun zonne-energie terugleveren.
Buurtaanpak bij het vinden van een geschikte locatie
Bij het zoeken naar geschikte locaties voor
transformatorhuisjes spreken Stedin en de gemeente af dat een buurt in een keer
aangepakt wordt.
Wethouder Bouke Velzen “ik ben blij dat we de goede
samenwerking met deze overeenkomst bekrachtigen. Het plaatsen van meer transformatorhuisjes
is een belangrijke stap om de overbelasting van het elektriciteitsnet te
verminderen. Zo blijven wij onze inwoners ook in de toekomst van stroom
voorzien.”
“Het is ontzettend belangrijk dat netbeheerder en
gemeente samenwerken bij het uitbreiden van het elektriciteitsnet. De ruimte is
heel schaars, dus die moet je samen vinden. En we willen bovendien de overlast
voor burgers zo klein mogelijk houden,” zegt Maarten Bijl, regiodirecteur
Zuid-Holland bij Stedin.